Sigaren Hoe rook je een sigaarZiezo, lekker gegeten, sigaar tussen de tanden, kaarsvlammetje
eronder, een paar flinke trekken... dan vraagt u zich af wie die
bittere, scherpe rotsigaar gemaakt heeft! Zo niet doen dus. U geniet
wèl van een sigaar als u als volgt te werk gaat: Neem de sigaar tussen
duim en middelvinger, wijsvinger op het mondeinde, houd de sigaar
schuin naar beneden en neem nu een gasaansteker (bij gebruik van
lucifers eerst de zwavel laten verbranden) en houd deze iets onder het
vuureinde van de sigaar. De sigaar langzaam ronddraaien, zodat de
randen aangloeien, nog iets langer verwarmen, eventueel wat aanblazen
of draaiende bewegingen maken. De heerlijke geur bewijst dat de sigaar
op temperatuur is. Zachte, kleine trekjes geven vervolgens het meeste
genot. Hoe minder rook u in de mond neemt hoe zachter de smaak en
hoe geuriger de sigaar. Zwavel, kaars, benzine-aansteker; alles wat
walmt is uit den boze bij het aansteken van de sigaar. Smaak en geur
worden door de mond en vooral door de neus herkend Uw longen kunnen
niets, helemaal niets proeven: dus niet inhaleren. Het proeven van een
sigaar is een spel van proeven en ruiken. Elk spel heeft zijn regels
waaraan u zich dient te houden. Bij overtreding wordt de sigaar bitter
en scherp. Iemand vroeg ooit aan Zino Davidoff hoe hij het best een
sigaar kon roken en het antwoord luidde: stelt u zich voor dat u een
briefje van €50, - oprookt; dan wilt u er toch ook zo lang mogelijk mee
doen? Een askegel aan de sigaar zorgt voor een goede temperatuur; dus
niet vlug aftikken. Over het algemeen wordt een sigaar voor 2/3
opgerookt. Stop met roken wanneer de sigaar niet meer smaakt
(omslagpunt), oproken tot het bittere einde mist zijn doel. Vermoord
uiteindelijk uw sigaar niet, maar leg hem in de asbak, hij gaat en
vanzelf uit. TIP: Uw sigaar met een geurig stukje cederhout aansteken is extra feestelijk en geeft direct al een bijzonder gevoel Het bewaren van sigaren
Voor de oorlog waren onze huizen niet geisoleerd en een kolenkachel
zorgde voor vochtige warmte. De sigarenroker gebruikte toen dan ook een
droogkastje voor zijn sigaren. Nu onze huizen vrijwel allemaal goed
geisoleerd zijn en de CV voor een droge warmte zorgt(de airco voor een
droge koelte) is het vaak veel te droog voor onze sigaren.
Shortfillers, dus Hollandse sigaren, willen een relatieve
luchtvochtigheid van ± 57°, neem de sigaar tussen duim en wijsvinger en
hoor dan bijna geen geknisper. Sigaren die te droog zijn branden te
snel, bereiken daardoor veel eerder hun omslagpunt en zijn scherp op de
keel. Longfillers
worden bewaard in een relatieve luchtvochtigheid van 72° waarbij zij
ook een proces van aging ondergaan en de complexe smaken zich verder
ontwikkelen. U controleert hierbij de goede conditie door zacht te
knijpen in de sigaar, hij moet dan meeveren! Naast de mooie manier
van presenteren geeft dit redenen te over om de aanschaf van een
humidor te overwegen. Wat een wijnkelder is voor de wijnliefhebber is
de humidor voor de sigarenkenner. Strikt genomen is een humidor een
ruimte waarin U met behulp van een bevochtigingselement de juiste
condities kunt bepalen. Humidors van Humidif, Diamond Crown of Zino
Davidoff gebruiken elementen die U helpen die condities te scheppen,
maar eigen zorg en discipline blijven noodzakelijk. De elementen dienen
elke maand gevuld te worden met een dosis gedestilleerd water om
dichtslibben met kalk te voorkomen, het Humidiff element wordt
bijgevuld met een mix van glycerol en water. Hygrometers in humidors
zijn geen precisie instrumenten en al ogen ze goed controleer uw
sigaren maar met de bovenstaande methoden. Zo ontwikkelt U een goede
feeling met de sigaar wat het rookgenot ten goede komt.
Over tabaksstreken in Cuba Genieten van een Havana Ambacht van de Torcedor Elsevier over Sigaren
Submenu |